Tot 6.000 euro subsidie op tweedehands elektrische auto
Mensen met een laag of middeninkomen kunnen straks een fossiele auto inruilen voor een tweedehands elektrische auto en daarvoor 4.000 of 6.000 euro subsidie ontvangen. Het kabinet werkt de subsidieregeling nu concreet uit.
Subsidie naar inkomen
De hoogte van de subsidie hangt af van het verzamelinkomen van de aanvrager. Wie tussen 12.500 en 27.533 euro per jaar verdient, ontvangt 6.000 euro. Ligt het inkomen tussen 27.534 en 35.793 euro, dan is dat 4.000 euro.
Bij de vaststelling van de bedragen is rekening gehouden met het prijsverschil tussen een tweedehands elektrische auto en een vergelijkbaar benzinemodel. Voor de regeling is in totaal 52,4 miljoen euro gereserveerd. Zowel de bedragen als de inkomensgrenzen zijn nog niet definitief vastgesteld.
Welke auto’s tellen mee
Om voor de subsidie in aanmerking te komen, moet de in te ruilen brandstofauto minimaal 1 jaar op naam van de aanvrager staan. Het moet gaan om een voertuig met emissieklasse 0 tot en met 4 – dat zijn personenauto’s die voldoen aan verouderde Europese uitstootnormen en dateren van vóór circa 2010. De auto wordt ingeleverd bij een sloop- en demontagebedrijf dat door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) is erkend. De te kopen tweedehands elektrische auto moet een oorspronkelijke catalogusprijs hebben van 12.000 tot 60.000 euro. De regeling geldt ook voor private lease van een gebruikte elektrische auto, mits het leasecontract valt onder het Keurmerk Private Lease.
Opening in vierde kwartaal
Staatssecretaris Annet Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) licht de subsidie toe: ‘Het kabinet vindt het van groot belang dat ook mensen met een smalle beurs de overstap kunnen maken naar een elektrische auto en kunnen profiteren van de voordelen hiervan. Deze subsidieregeling kan hierbij helpen.’
De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), in samenwerking met de Belastingdienst en de RDW. Het doel is om de regeling eind september ter consultatie aan te bieden en zo snel mogelijk daarna open te stellen, bij voorkeur in het vierde kwartaal van 2026. De maatregel maakt bovendien onderdeel uit van een aanvraag bij het Europese Sociaal Klimaatfonds, waardoor meer mensen van de regeling gebruik kunnen maken. Vergelijkbare inruilmaatregelen zijn inmiddels al in verschillende andere Europese landen ingevoerd.