Rijkswaterstaat start winterse praktijktest met zware elektrische vrachtwagens
Rijkswaterstaat organiseer een testweek om te onderzoeken hoe zware elektrische vrachtwagens laden onder koudere omstandigheden. De inzichten helpen om laadinfrastructuur voor zwaar transport te versterken.
Invloed kou gemeten
Wanneer temperaturen dalen, reageren accu’s anders. Daarom onderzoekt Rijkswaterstaat deze week hoe zware elektrische vrachtwagens presteren tijdens het laden in winterse omstandigheden. De organisatie kijkt daarbij naar laadsnelheid, energieverbruik en netbelasting.
De testen maken onderdeel uit van het kennisprogramma Living Lab Heavy Duty Laadpleinen. Hierin onderzoekt Rijkswaterstaat samen met marktpartijen hoe Nederland kan toewerken naar een functionele, betaalbare en schaalbare laadinfrastructuur voor zwaar vervoer. Een eerdere testweek in de zomer leverde al waardevolle inzichten op over laadsnelheid, locatiegebruik en functioneren bij gelijktijdig laden. Deze nieuwe testweek bouwt daarop voort en biedt de kans om de invloed van lagere temperaturen op het laadproces beter te meten.
6 locaties
5 zware elektrische vrachtwagens van DAF, Daimler, Renault, Volvo en MAN testen deze week op 6 verschillende laadlocaties. Deze variëren van publieke laadpleinen zoals Shell Eindhoven Acht en CircleK Sevenum tot semipublieke locaties zoals WattHub in Geldermalsen en het Brabants Afval Team (BAT) in Tilburg. Ook truckparkings in Venlo van Milence en Truckparking Rotterdam (TRE) doen mee.
Tijdens de testen wordt regelmatig gestart met een lage batterijvulling. Op deze manier wordt duidelijk hoe voertuigen en laadpalen reageren wanneer een hoger laadvermogen wordt gevraagd.
Breed onderzoek opgezet
Om goed in beeld te brengen hoe voertuigen en laadpleinen reageren, onderzoekt Rijkswaterstaat verschillende aspecten. De organisatie kijkt naar veranderingen in laadsnelheid bij lagere temperaturen en naar het energieverbruik, bijvoorbeeld wanneer de batterij nog relatief leeg is. Ook het effect op de laadpaal wanneer meerdere voertuigen achter elkaar op hoog vermogen laden wordt gemeten.
Verder wordt de interactie tussen voertuig en laadpaal onderzocht, inclusief bij nachtladen en bij het laden van meerdere voertuigen tegelijk. Tot slot test Rijkswaterstaat de werking van reserveringssystemen en betalen zonder abonnement.
Deze inzichten geven een compleet beeld van de factoren die bepalen of laden onder winterse omstandigheden soepel en voorspelbaar verloopt. Ze helpen bij het verder ontwikkelen van betrouwbare laadinfrastructuur voor zwaar transport. Daarnaast bieden ze wagenparkbeheerders inzicht in seizoensverschillen die relevant zijn voor de dagelijkse operatie.
Partners
De testweek is een samenwerking tussen Rijkswaterstaat, TNO, ElaadNL, voertuigfabrikanten en exploitanten van laadpleinen. De samenwerking is volgens Rijkswaterstaat essentieel, omdat gegevens uit voertuigen, laadpalen en het elektriciteitsnet alleen in samenhang een compleet en betrouwbaar beeld geven van hoe het systeem in de praktijk presteert.
‘Door ook onder koudere omstandigheden te testen krijgen we waardevolle kennis over hoe voertuigen en laadpleinen zich gedragen wanneer er meer van het systeem wordt gevraagd. Die inzichten helpen ons om de betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van elektrisch laden verder te vergroten en de groei van elektrisch vrachtvervoer beter te ondersteunen’, zegt Rob de Groot, projectleider Living Lab Heavy Duty Laadpleinen bij Rijkswaterstaat.
Groeiende elektrische vloot
Het aantal elektrische vrachtwagens neemt toe en daarmee groeit de behoefte aan een robuust netwerk van laadpleinen. Eerder onderzoek binnen het Living Lab liet zien dat factoren zoals laadsnelheid, locatie-inrichting en netcapaciteit belangrijk zijn voor de logistiek en voor het betrouwbaar functioneren van zware laadinfrastructuur.
Door nu ook onder koudere omstandigheden te testen, krijgt Rijkswaterstaat een beter beeld van de factoren die bepalen of laden in alle seizoenen soepel en voorspelbaar verloopt. De testweek duurt v tot en met vrijdag 30 januari 2026.