©Ilja Enger Tsizikov | Dreamstime.com

Laadinfrastructuur bij gebouwen nu wettelijk verplicht

Nieuws|Laatste update:

Sinds 29 mei 2026 gelden in Nederland nieuwe wettelijke eisen voor laadpunten bij gebouwen, die voortvloeien uit de Europese richtlijn EPBD IV en zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Wat is er verandert?
De nieuwe eisen komen voort uit de EPBD IV, de vierde versie van de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen. Waar eerdere regelgeving vooral ging over energiezuinig bouwen, stelt deze versie ook strengere eisen aan laadinfrastructuur voor elektrische auto's.

Voor projectontwikkelaars, vastgoedeigenaren, Verenigingen van Eigenaren (VvE's) en bedrijven is een laadvoorziening daardoor niet langer een vrije keuze, maar een wettelijke plicht. De regels gelden voor nieuwbouwprojecten, voor ingrijpende renovaties en voor bestaande niet-woongebouwen, en verplichten bovendien tot ondersteuning van slim laden bij nieuwe laadpunten.

Eisen voor woongebouwen
Bij nieuwbouw of een ingrijpende renovatie van een woongebouw met meer dan 3 parkeerplaatsen, zoals een appartementencomplex, een woonzorglocatie of een project van een woningcorporatie, gelden verschillende eisen. Alleen bij nieuwbouw moet minimaal 1 laadpunt aanwezig zijn.

Daarnaast moet minimaal 50 procent van de parkeerplaatsen al voorbekabeld zijn, terwijl de overige plaatsen ten minste een leidingdoorvoer nodig hebben. Ook moeten alle laadpunten geschikt zijn voor slim laden.

Strengere eisen kantoren
Voor kantoren, winkels, logistieke gebouwen en andere niet-woonfuncties met meer dan 5 parkeerplaatsen gelden bij nieuwbouw of ingrijpende renovatie strengere regels. Zo is per 5 parkeerplaatsen minimaal 1 laadpunt verplicht, terwijl kantoren zelfs 1 laadpunt per 2 parkeerplaatsen moeten realiseren.

Ook hier is minimaal 50 procent voorbekabeling van de parkeerplaatsen verplicht, met leidingdoorvoeren voor de rest en ondersteuning voor slim laden.

Ook bestaande panden
Bestaande niet-woongebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen vallen eveneens onder de nieuwe regels. Sinds 2025 moet daar al minimaal 1 laadpunt aanwezig zijn. Vanaf 1 januari 2027 komt daar een extra keuze bij: eigenaren moeten dan zorgen voor minimaal 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen, of voor leidingdoorvoeren bij ten minste 50 procent van de plaatsen.

Voor overheidsgebouwen gelden vanaf 2033 nog aanvullende eisen voor voorbekabeling, en ook bestaande gebouwen moeten laadpunten ondersteunen die geschikt zijn voor slim laden. Slim laden houdt in dat een laadpunt automatisch rekening houdt met factoren als de hoeveelheid beschikbare zonne-energie, wisselende energietarieven gedurende de dag en het totale stroomverbruik van een gebouw op dat moment. Daardoor wordt de beschikbare netcapaciteit efficiënter benut, waardoor meer elektrische auto's kunnen worden opgeladen zonder dat direct een zwaardere aansluiting op het elektriciteitsnet nodig is.

Verder kijken dan minimum
De wettelijke eisen vormen slechts een ondergrens. In de praktijk groeit het aantal elektrische auto's sneller dan veel gebouwen bij hun ontwerp hebben voorzien. Experts adviseren daarom om bij nieuwbouw en renovatie direct verder te kijken dan het wettelijke minimum, bijvoorbeeld door meer parkeerplaatsen te voorbekabelen, extra ruimte in verdeelkasten te reserveren, laadpunten te koppelen aan zonnepanelen en rekening te houden met toekomstige uitbreiding. Dit soort investeringen is tijdens de bouw vaak relatief goedkoop, terwijl latere aanpassingen achteraf juist hoge kosten met zich mee kunnen brengen.

Subsidies voor laadpunten
Voor organisaties die investeren in laadinfrastructuur bestaan verschillende financiële regelingen. Zo is er de SPRILA-regeling voor private laadinfrastructuur bij bedrijven en woningcorporaties, en de SPULA-regeling voor publieke laadpunten voor zwaar vervoer. VvE's kunnen gebruikmaken van de SVVE-regeling, terwijl financiering ook mogelijk is via het Warmtefonds.