Meer dan helft laadsessies in Nederland verloopt slim
Voor het eerst verloopt meer dan de helft van alle laadsessies in Nederland slim. In 2025 steeg het aandeel naar 57 procent, blijkt uit de Monitor Slim Laden, en de groei zet door bij publiek laden én op het werk.
Publiek laden wordt slimmer
Slim laden houdt in dat een laadsessie niet zomaar start zodra een voertuig is aangesloten, maar dat het laadgedrag wordt afgestemd op externe factoren – zoals de beschikbaarheid van duurzame energie, de balans in het energiesysteem of de drukte op het elektriciteitsnet op dat moment.
Bij publieke laadpunten steeg het aandeel slimme laadsessies van 40 procent in 2024 naar ongeveer 51 procent in 2025, wat voor het eerst een meerderheid is. Die stijging is relevant nu het aantal elektrische voertuigen en laadpunten blijft groeien en de druk op het elektriciteitsnet toeneemt.
Op het werk: inhaalslag
Bij laadpunten op het werk was de groei nog sterker. Het aandeel slimme laadsessies steeg van 28 procent in 2024 naar 45 procent in 2025. De precieze oorzaak van die sprong wordt nog nader onderzocht.
De verwachting is dat ‘dynamic load balancing’ een belangrijke rol speelt op die locaties. Bij dit systeem wordt het beschikbare vermogen slim verdeeld over alle voertuigen die op dat moment laden, zodat het totale stroomgebruik binnen de capaciteit van de locatie blijft.
Monitor volgt jaarlijkse voortgang
De Monitor Slim Laden verschijnt jaarlijks en is een publicatie van het programma Slim Laden voor Iedereen, onderdeel van het Nationaal Actieprogramma Laadinfrastructuur (NAL). De monitor brengt in beeld hoe slim laden in Nederland wordt toegepast, waar nog kansen liggen en hoe groot de bereidheid van rijders van elektrische voertuigen is om er gebruik van te maken. Die inzichten helpen het programma en zijn samenwerkingspartners om gericht te werken aan verdere opschaling van slim laden. De monitor wordt periodiek bijgewerkt met nieuwe gegevens.