©Valerie Kuypers | Ministerie van Financiën

Prinsjesdag: 52 miljoen voor gebruikte elektrische auto’s

Nieuws|Laatste update:

Prinsjesdag brengt nieuw geld en nieuwe regels voor elektrisch rijden: 52,4 miljoen euro voor gebruikte elektrische auto’s, de definitieve komst van de greentimerregeling en meer dan 100 miljoen euro voor laadinfrastructuur.

Meerderheid zoeken
Op Prinsjesdag heeft het kabinet meerdere maatregelen gepresenteerd die de markt voor elektrisch rijden de komende jaren beïnvloeden. Er komt geld voor de overstap van een oude benzine- of dieselauto naar een gebruikte elektrische auto, oudere elektrische zakenauto’s krijgen een nieuw belastingvoordeel en er blijft geld beschikbaar voor laadpunten.

Kanttekening is dat het kabinet voor haar plannen en begroting nog een meerderheid in de Eerste en Tweede Kamer moet zoeken.

Premie voor tweedehandsauto
Het kabinet maakt 52,4 miljoen euro vrij voor een nieuwe inruilregeling. Huishoudens die een oude auto op fossiele brandstof laten slopen en vervangen door een tweedehands elektrische auto kunnen daarvoor een vergoeding krijgen. Het gaat om auto’s met emissieklasse Euro 1 tot en met Euro 4, een Europese indeling voor oudere auto’s met relatief hoge uitstoot.

Op de begroting staat voor de regeling 30,193 miljoen euro in 2027 en 22,207 miljoen euro in 2028 gereserveerd. Hoe hoog de vergoeding per auto wordt en aan welke aanvullende voorwaarden huishoudens moeten voldoen, blijkt nog niet uit de begrotingsstukken.

Greentimer vanaf 2029
Ook voor gebruikte elektrische zakenauto’s komt er een nieuwe fiscale regeling. Vanaf 2029 krijgen elektrische auto’s van 5 tot 8 jaar oud via de greentimerregeling een verlaagd bijtellingspercentage van 14 procent. De bijtelling is het bedrag dat bij het belastbare inkomen wordt opgeteld wanneer een werknemer een auto van de zaak ook privé gebruikt.

Een auto kan maximaal 3 jaar van de greentimerregeling gebruikmaken. Auto’s kunnen van 2029 tot en met 2032 instromen. De laatste auto’s verlaten de regeling daardoor in 2035. Het kabinet wil hiermee het zakelijk gebruik van oudere elektrische auto’s aantrekkelijker maken.

Fossiele zakenauto duurder
Tegelijkertijd treedt op 1 januari 2027 een maatregel in werking die al eerder werd bekendgemaakt. Werkgevers gaan extra belasting betalen wanneer zij vanaf die datum een nieuwe benzine- of dieselauto aan een werknemer ter beschikking stellen voor privégebruik of woon-werkverkeer.

Deze zogenoemde pseudo-eindheffing bedraagt jaarlijks 12 procent van de catalogusprijs van de auto. Het is een extra belasting voor de werkgever en staat los van de normale bijtelling die de werknemer betaalt. Voor auto’s die al vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld geldt een overgangsregeling.

Het kabinet gebruikt deze maatregel om werkgevers richting volledig emissievrije personenauto’s te sturen. Vervangende auto’s zijn bij reparatie, onderhoud of een bandenwissel vrijgesteld voor maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen. Een brandstofauto die een keer per kalenderjaar voor maximaal 7 aaneengesloten dagen ter beschikking wordt gesteld – doorgaans een huurauto voor bijvoorbeeld de zomervakantie – is eveneens uitgezonderd. Handgeschakelde lesauto’s zijn verder in zijn geheel van de maatregel uitgezonderd. 

Meer geld voor laden
Ook voor laadinfrastructuur staan meerdere bedragen in de begroting. Voor laadpunten voor het wegvervoer staat in 2027 103,823 miljoen euro aan subsidies uit het Klimaatfonds gepland. Daarnaast is 2,5 miljoen euro gereserveerd als bijdrage aan medeoverheden voor laadinfrastructuur.

Dat bedrag is overigens niet volledig ‘nieuw’ geld. Een belangrijk deel komt voort uit eerder genomen besluiten over het Klimaatfonds. Prinsjesdag maakt vooral zichtbaar hoeveel daarvan in 2027 daadwerkelijk op de begroting staat.

De investeringen zijn van belang omdat het aantal elektrische personenauto’s, bestelauto’s en vrachtwagens verder moet groeien terwijl het elektriciteitsnet op veel plaatsen vol zit. Het kabinet erkent in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) dat netcongestie op korte termijn een knelpunt kan zijn voor de aanleg van voldoende laadcapaciteit.

Slim laden wordt norm
Op Prinsjesdag verscheen namelijk ook de actualisatie van het NPE. Daarin kijkt het kabinet verder vooruit dan de begroting voor 2027. In 2040 moet volgens het gehanteerde toekomstbeeld, afhankelijk van het voertuigtype, 71 tot 88 procent van de voertuigen elektrisch zijn. Elektriciteit levert dan 55 tot 60 procent van alle energie die voor binnenlandse mobiliteit wordt gebruikt.

Om die groei in het elektriciteitsnet te kunnen inpassen, wil het kabinet het laden van auto’s slimmer maken. In de beleidsagenda van het NPE staat voor 2029 dat slimme warmtepompen en laadpalen de norm moeten worden. Wat die norm technisch precies inhoudt en voor welke laadpunten zij gaat gelden, moet nog worden uitgewerkt.

Slim laden betekent dat een auto bijvoorbeeld niet automatisch met maximaal vermogen begint te laden zodra de stekker wordt aangesloten. Het laadmoment of laadvermogen kan worden aangepast aan de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet en aan het aanbod van elektriciteit.