©TNO

Satellietlaadpaal biedt uitkomst bij wachtlijst voor aansluiting stroomnet

Nieuws|Laatste update:

Vanaf 1 juli 2026 komen ook kleinverbruikaansluitingen op een wachtrij in gebieden met netcongestie. Satellietlaadpalen kunnen de uitbreiding van het laadnetwerk mogelijk maken.

Geen nieuwe aansluiting
Een satellietlaadpaal wordt via een ondergrondse kabel aangesloten op de bestaande netaansluiting van een reguliere laadpaal. Waar een standaard publieke laadpaal 2 laadpunten biedt, levert een satellietopstelling er 4 op dezelfde aansluiting. Het beschikbare vermogen van 17,25 kilowatt bij een 3 keer 25 ampère aansluiting wordt verdeeld over alle gelijktijdig ladende voertuigen. Bij 4 auto’s tegelijk komt dat neer op circa 4,3 kilowatt per voertuig, tegenover 8,6 kilowatt bij 2 auto’s op een reguliere paal.

Een satellietlaadpaal heeft geen eigen netaansluiting nodig en omzeilt daarmee de wachtrij voor nieuwe aansluitingen. De stroom die wordt geleverd loopt echter wel over hetzelfde stroomnet. Satellietlaadpalen verminderen de congestie dus niet, maar bieden een manier om het laadnetwerk uit te breiden ondanks de beperkingen die congestie met zich meebrengt. Dat blijkt uit onderzoek van TNO in opdracht van Laadwerk.

Beperkte hinder rijders
Voor elektrische rijders is het belangrijkste voordeel dat satellietlaadpalen de kans op een beschikbaar laadpunt vergroten. De gebruikerservaring verschilt in de praktijk weinig van laden aan een reguliere paal. Met name tijdens langere parkeermomenten, zoals ’s nachts, ervaren rijders geen hinder van een lager laadvermogen. Circa 70 procent van alle laadsessies vindt ’s nachts plaats.

Bij een satellietlaadpaal is het risico wel iets groter dat een auto niet volledig wordt volgeladen, doordat het vermogen over meer laadpunten wordt verdeeld. Transparante communicatie over wat rijders kunnen verwachten is daarbij essentieel.

Hogere piekbelasting mogelijk
Doordat de stroom over het bestaande elektriciteitsnet loopt, zorgen satellietlaadpalen bij ongewijzigd laadgedrag voor meer gelijktijdig laden op dezelfde aansluiting. Met name in de avonduren kan dat de piekbelasting verhogen. In congestiegebieden verkleint dat de ruimte voor nieuwe aansluitingen en kan het wachttijden verlengen.

Dat risico is volgens het onderzoek echter beheersbaar. Auto’s staan doorgaans langer aangesloten dan nodig is om volledig op te laden, ook bij een satellietopstelling. Die ruimte maakt het mogelijk om het laden te verschuiven naar daluren. De afspraken om dit netbewust laden ook bij satellietlaadpalen toe te passen, moeten echter nog worden gemaakt. Een bijkomend punt is dat netbeheerders momenteel geen zicht hebben op waar satellietlaadpalen worden geplaatst. Bij grootschalige toepassing is die registratie nodig voor capaciteitsplanning.

Minder rendabel
Voor laadpaalexploitanten is de businesscase van satellietlaadpalen minder gunstig dan die van reguliere palen. Hogere installatiekosten, extra vergunningen en een complexer plaatsingsproces drukken de marges. Daar staat tegenover dat de maandelijkse energieafzet per locatie toeneemt.

Een satellietlaadpaal is dus minder rendabel dan een reguliere paal, maar aantrekkelijker dan helemaal geen uitbreiding. De flexibiliteit in laadsessies biedt bovendien ruimte voor slim laden, bijvoorbeeld het optimaliseren van laadsessies op basis van elektriciteitsprijzen.

Gemeenten onvoorbereid
Het plaatsen van satellietlaadpalen brengt voor gemeenten een ander proces en andere verantwoordelijkheden met zich mee, onder meer rond ondergrondse kabels en vergunningen. De meeste gemeenten zijn op korte termijn onvoldoende voorbereid om hiermee te werken. Beleidsmatige en organisatorische ondersteuning is nodig om dit op gang te brengen.

Het volledige onderzoek van TNO is hier te raadplegen.